Uitspraak
200302927/1heeft de Afdeling deze uitspraak vernietigd, het beroep van appellant alsnog gegrond verklaard en het besluit van 19 februari 2002 vernietigd.
Raad van State
Het geschil betreft een verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Heusden waarin eenrichtingsverkeer werd ingesteld op de afrit Molenhoek richting Meliepark te Vlijmen, met uitzondering van fietsers en bromfietsers. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen het besluit om de afrit te sluiten met verkeersborden in plaats van een fysieke afsluiting met een neerlaatbare paal.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk, maar deze uitspraak werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd. De Afdeling oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat het college het besluit van 30 maart 2004 voldoende heeft gemotiveerd, waarbij belangen zoals verkeersveiligheid, calamiteitenontsluiting en bewonersbelangen zijn meegewogen.
De Afdeling stelde vast dat het verzoek van appellant om een neerlaatbare paal geen ondersteunende maatregel betrof, maar een verkeersbesluit dat een beperking van weggebruikers inhield. Het college heeft echter in redelijkheid besloten de afrit niet fysiek af te sluiten. Het beroep tegen het besluit van 30 maart 2004 werd ongegrond verklaard, en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit van 30 maart 2004 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.