Uitspraak
200410466/1, AB 2006/4, een terughoudend karakter.
Raad van State
Appellante beschikte aanvankelijk over een garnalenvergunning, speciaal visdocument en licentie voor segment C/4J4. Na verkoop van de licentie en overschrijving op andere vaartuigen, waaronder dat van koper, werd het vaartuig van appellante ingedeeld in segment E/4JZ. Door een wijziging in regelgeving per 26 november 2001 kon een garnalenvergunning alleen worden verleend aan vaartuigen binnen hetzelfde segment als waarvoor de vergunning laatstelijk was verleend.
De minister weigerde daarom de vergunningen toe te kennen en haalde de registratie van het vaartuig in het visserijregister door. Appellante stelde dat de wijziging niet op haar van toepassing was en dat haar rechten werden geschonden, onder meer op grond van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, en dat zij schade leed van €850.000.
De Raad van State oordeelde dat toetsing van de wijziging mogelijk is maar terughoudend moet zijn. De wijziging was gericht op het beperken van de capaciteit van segment E en was gerechtvaardigd in het algemeen belang. De inbreuk op eigendomsrechten was noodzakelijk en proportioneel, en er was geen aanleiding tot compensatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de weigering van de minister tot toekenning van de vergunningen bevestigd.