Uitspraak
200005005/1, AB 2003, 306), ook als een verzoek als thans aan de orde wordt afgewezen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verleende vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van 25 woningen op het terrein van Becker Bakovenbouw, Irenelaan 4 te Roermond. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, met name vanwege de nabijheid van hun transportbedrijf en de geluidwerende voorzieningen. Na een gegrondverklaring van het bezwaar voor het aspect geluidwerende voorziening, bleef het bezwaar voor het overige ongegrond.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van verzoekers ongegrond. Verzoekers stelden dat de motivering voor de afwijking van de VNG-brochure afstanden onvoldoende was, omdat de woningen te dicht bij hun transportbedrijf zouden komen. De Voorzitter overwoog dat de VNG-brochure indicatief is en dat het college voldoende had gemotiveerd dat de afstand en geluidwerende voorzieningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarborgen.
Ook het onderzoeksrapport over luchtkwaliteit werd als voldoende beoordeeld. De Voorzitter concludeerde dat onvoldoende grond bestaat om aan te nemen dat de vergunningen onrechtmatig zijn en dat een voorlopige voorziening niet nodig is. Tevens werd opgemerkt dat vergunninghouders die al zijn begonnen met bouwen voor onherroepelijkheid van de vergunning op eigen risico handelen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor 25 woningen nabij het transportbedrijf wordt afgewezen.