ECLI:NL:RVS:2006:AX9064
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning wegens illegale prostituees in Groningen
De burgemeester van Groningen trok op 12 februari 2002 de exploitatievergunningen van appellante voor meerdere panden in Groningen voor twaalf maanden in wegens het aantreffen van prostituees zonder geldige verblijfstitel. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de burgemeester als de rechtbank verklaarden deze ongegrond.
Appellante voerde onder meer aan dat de gemeenteraad met de APVG de grenzen van zijn bevoegdheid had overschreden en dat de intrekking disproportioneel was. De Raad van State oordeelde dat het terugdringen van illegale prostitutie een aangelegenheid is die de huishouding van de gemeente raakt en dat het beleid van de burgemeester in lijn is met de wettelijke bevoegdheden en het handhavingsbeleid.
Verder stelde de Raad dat het rechtmatig verblijf van prostituees niet automatisch het recht op zelfstandige arbeid geeft zonder geldige verblijfstitel. De intrekking van de vergunning voor twaalf maanden was proportioneel en het handhavingsbeleid was voldoende kenbaar gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de exploitatievergunningen wegens aanwezigheid van prostituees zonder geldige verblijfstitel.