Uitspraak
200407236/1heeft overwogen is het bepaalde in artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet niet van toepassing indien sprake is van een besluit tot weigering van vrijstelling. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 8 oktober 2004 een verzoek om vrijstelling voor het vestigen van een zelfstandige kantoorruimte op een agrarisch perceel. Het bezwaar tegen deze weigering werd door het college niet-ontvankelijk verklaard, waarna de rechtbank Utrecht dit oordeel vernietigde en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat het bepaalde in artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet niet van toepassing is bij weigering van vrijstelling. Het college had ook terecht het bezwaar tegen een tweede besluit, waarin vrijstelling werd geweigerd vanwege bouwwerkzaamheden die bouwvergunning vereisten, ongegrond verklaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank Utrecht en het besluit van het college voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de weigering van 8 oktober 2004. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat nadere besluitvorming vereist is. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college Utrecht om vrijstelling te weigeren wordt vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.