ECLI:NL:RVS:2006:AX9462
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor motorrijtuigen door CBR
Appellant verzocht het CBR om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorieën B en E bij B. Het CBR weigerde dit op 2 september 2004 vanwege vermoedens van alcoholmisbruik, gebaseerd op twee psychiatrische onderzoeken conform DSM-IV criteria.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem, die het besluit van het CBR handhaafde. Appellant voerde aan dat het verhoogde CDT-gehalte ook genetisch verklaard kon worden, ondersteund door een verklaring van een internist. De rechtbank oordeelde echter dat deze literatuurstudie zonder specifiek onderzoek bij appellant onvoldoende was om het CBR-besluit te ondermijnen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het CBR op grond van de Regeling eisen geschiktheid 2000 en het Reglement rijbewijzen terecht de verklaring van geschiktheid heeft geweigerd. De rapporten van de psychiaters zijn zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot weigering van de verklaring van geschiktheid wordt bevestigd.