Uitspraak
200301131/1is de keuze voor een plan met meervoudige of dubbelbestemmingen in beginsel aanvaardbaar, mits de onderlinge rangorde van de doeleinden of functies is aangegeven en deze geen zodanige tegenstrijdigheden bevatten dat niet op redelijke wijze een afweging kan worden gemaakt met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Van een dergelijke plansystematiek is hier geen sprake. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in de planvoorschriften en op de plankaart geen onderscheid is gemaakt tussen hoofd- en neven-bestemmingen. Tevens zijn beide bestemmingen op dezelfde wijze en in hetzelfde hoofdstuk in de planvoorschriften geregeld. Het gegeven dat in de plantoelichting onderscheid wordt gemaakt tussen gebieds- en detailbestemmingen, overigens zonder nadere omschrijving of rangorde, kan hieraan niet afdoen, nu aan de plantoelichting geen bindende betekenis toekomt.