ECLI:NL:RVS:2006:AY0404
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens niet voldoen samenwoningseis
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen wegens het niet voldoen aan de samenwoningseis zoals gesteld in artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij vanaf de datum van haar islamitische huwelijk in 2000 samenwoonde met haar Nederlandse partner, aangezien zij pas vanaf april 2000 op hetzelfde adres in de GBA stond ingeschreven. De huwelijksakte en de getuigenverklaringen werden onvoldoende objectief geacht, mede vanwege de vertrouwensband tussen de getuigen en appellante.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, omdat er slechts één besluit mogelijk was gezien het ontbreken van de samenwoning. Ook het horen van getuigen onder ede werd als niet relevant beschouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.