ECLI:NL:RVS:2006:AY3659
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning en vrijstelling wegens ontbrekende bevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde op 3 augustus 2004 een reguliere bouwvergunning eerste fase en vrijstelling voor het plaatsen van een kantoorunit ten behoeve van archiefruimte met verkoopkantoor op een perceel te Eindhoven. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het college bevoegd was om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan niet tijdig was herzien en dat gedeputeerde staten geen vrijstelling van de herzieningsplicht hadden verleend. Ook was er geen voorbereidingsbesluit of ontwerp voor herziening ter inzage gelegd.
Hierdoor ontbrak de wettelijke bevoegdheid van het college om vrijstelling te verlenen. De rechtbank had derhalve terecht niet inhoudelijk op het besluit getoetst. Daarnaast werden nieuwe argumenten van appellant met betrekking tot een handhavingsprocedure buiten beschouwing gelaten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.