ECLI:NL:RVS:2006:AY3722
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vestiging opvangvoorziening harddruggebruikers
De gemeenteraad van Den Haag stemde op 24 juni 2004 in met het collegebesluit om een opvangvoorziening voor harddruggebruikers te vestigen aan een locatie in de gemeente. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door de gemeenteraad niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond.
Appellante stelde dat de beslissing van de gemeenteraad wel een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was en dat het besluit strijdig was met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde echter dat de instemming van de gemeenteraad geen publiekrechtelijk rechtsgevolg heeft en daarom geen besluit in de zin van de Awb is, omdat er geen rechten, plichten, bevoegdheden of juridische status worden gecreëerd of tenietgedaan.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 12 juli 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.