ECLI:NL:RVS:2006:AY5042
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Appellant heeft een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorieën A en B aangevraagd, maar het CBR heeft deze geweigerd op grond van alcoholmisbruik. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de weigering gehandhaafd. Appellant stelde dat het medisch rapport van de psychiater Kunst een andere conclusie gaf en dat het CBR onvoldoende had gemotiveerd waarom het van dat advies afweek.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het CBR, gezien de gevaren van alcoholgebruik in het verkeer, een strenge opstelling mag hanteren. Het CBR heeft zich gebaseerd op het laboratoriumonderzoek met een verhoogde CDT-waarde, de voorgeschiedenis van appellant en diens eigen verklaringen, en heeft daarmee voldoende gemotiveerd waarom het advies van Kunst niet werd gevolgd.
De Afdeling oordeelt dat het feit dat appellant eerder een tijdelijk rijbewijs had, niet uitsluit dat rekening gehouden mag worden met een terugval in alcoholmisbruik. Ook de discussie over de nauwkeurigheid van de CDT-waarde leidt niet tot een ander oordeel, omdat deze waarde niet de enige grondslag was voor de conclusie van alcoholmisbruik.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De weigering van het CBR om appellant een verklaring van geschiktheid voor rijbewijzen A en B af te geven wordt bevestigd.