ECLI:NL:RVS:2006:AY5055
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening huursubsidie wegens onvoldoende onderzoek medebewonerschap
De Minister van Volkshuisvesting heeft de huursubsidie van appellante over de periode 1999-2004 herzien en vastgesteld op nihil, waarna de teveel betaalde subsidie werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Appellante stelde dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om medebewonerschap vast te stellen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte betekenis heeft toegekend aan getuigenverklaringen, politiegegevens en een verklaring van appellante over het verblijf van haar dochter. Ook het hoge waterverbruik kan niet zonder meer duiden op medebewonerschap. De Minister heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de juistheid van de gegevens waarop het besluit is gebaseerd.
Daarom is het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht genomen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit worden vernietigd. De Minister dient een nieuwe beslissing te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de huursubsidie wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering omtrent medebewonerschap.