ECLI:NL:RVS:2006:AY5059
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen instemming winningsplan zoutwinning Veendam
Verweerder heeft bij besluit van 28 juni 2004 ingestemd met het winningsplan 'Veendam' van Nedmag voor zoutwinning in de gemeente Veendam. Appellant stelde bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat de bodemdaling te groot was en dat onvoldoende aanvullende maatregelen waren genomen.
De Raad van State overwoog dat de bodemdaling sinds 1992 circa 20,6 centimeter bedraagt en dat de aan het besluit verbonden voorwaarden, waaronder een maximale bodemdaling van 65 centimeter en periodieke metingen, toereikend zijn om schade zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn waterhuishoudkundige maatregelen getroffen en goedgekeurd door bevoegde instanties.
Verder oordeelde de Raad dat de financiële garanties van Nedmag niet tot weigering van instemming kunnen leiden, aangezien de Mijnbouwwet dit niet als grond noemt. Ook het risico op aardbevingen door zoutwinning werd als verwaarloosbaar beoordeeld op basis van deskundige rapporten en adviezen.
De Raad concludeerde dat verweerder in redelijkheid het besluit tot instemming met het winningsplan heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot instemming met het winningsplan zoutwinning Veendam wordt ongegrond verklaard.