Uitspraak
200405449/1- behoorde appellante op grond van de bij de aanvraag behorende informatie en op grond van het bepaalde in artikel 36 van Pro de Huursubsidiewet te weten dat gedurende vijf jaar na afloop van het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt, de toekenning van de huursubsidie na controle door de Minister kan worden gewijzigd en dat de ten onrechte of te veel betaalde huursubsidie over dat tijdvak kan worden teruggevorderd. Hieruit vloeit voort dat zij hieromtrent nog gedurende vijf jaar, ook indien zij geen huursubsidie meer kreeg, nadere berichten van de Minister zou kunnen ontvangen. Dat appellante geen verhuisbericht aan de Minister heeft gestuurd, dient derhalve voor haar risico te komen, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb. De rechtbank is derhalve terecht tot het oordeel gekomen dat het bestreden besluit van 29 juni 2005 de rechterlijke toetsing kan doorstaan. Aan het betoog van appellante dat de Minister bij de besluiten van 2 juli 2003 is uitgegaan van (onjuiste) gegevens van de belastingdienst, die later door de belastingdienst zijn gecorrigeerd, moet de Afdeling dan ook voorbijgaan, nu dit ziet op de inhoud van die besluiten en in rechte slechts de ontvankelijkheid van het bezwaar ter beoordeling voorligt.