ECLI:NL:RVS:2006:AY5476
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie schijnhuwelijk in gemeentelijke basisadministratie
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 19 april 2004 de registratie van de Marokkaanse huwelijksakte van appellante en haar echtgenoot in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, omdat het huwelijk werd beschouwd als een schijnhuwelijk. Appellante maakte bezwaar, dat op 20 april 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht bevestigde dit besluit op 14 december 2005, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) en het Burgerlijk Wetboek een schijnhuwelijk in strijd is met de openbare orde. Het college baseerde haar besluit op het ontbreken van een oprechte huwelijkse relatie, waarbij het oogmerk was gericht op het verkrijgen van toelating tot Nederland. Getuigenverklaringen van buren en familieleden werden door het college en rechtbank als onvoldoende overtuigend beoordeeld. Ook de verklaring van een sociaalverpleegkundige werd niet doorslaggevend geacht.
Verder werd geoordeeld dat het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, hoewel te laat ingewonnen, in de bezwaarfase voldoende is betrokken en het college over voldoende informatie beschikte om het besluit te handhaven. Het oogmerk van het huwelijk ten tijde van het sluiten van de akte bleef bepalend, ongeacht latere ontwikkelingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot registratie van het huwelijk wordt bevestigd.