ECLI:NL:RVS:2006:AY5477
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming voor werkzaamheden bij particuliere beveiligingsorganisatie wegens jeugdige veroordeling
Appellant verzocht om toestemming om werkzaamheden te verrichten bij een particuliere beveiligingsorganisatie. De korpschef van de politie Rotterdam-Rijnmond weigerde deze toestemming op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wet pbr), omdat appellant binnen acht jaar voorafgaand aan de toetsing onherroepelijk was veroordeeld tot een straf die volgens de circulaire gelijkgesteld wordt met een vrijheidsstraf.
Appellant voerde aan dat de opgelegde leerstraf niet gelijkgesteld kan worden met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat een leerstraf binnen de context van de circulaire wel als vrijheidsstraf wordt beschouwd, omdat bij weigering van deelname een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf had moeten worden ondergaan.
Daarnaast werd bevestigd dat de voorwaardelijke jeugddetentie eveneens een relevante straf is die de weigering rechtvaardigt. De toepassing van de hardheidsclausule werd door de rechtbank en de Raad van State terecht afgewezen gezien de aard van het strafbare feit en de omstandigheden.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor werkzaamheden bij een particuliere beveiligingsorganisatie vanwege een jeugdige veroordeling.