ECLI:NL:RVS:2006:AY5479
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- S. Langeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Binnenstad I Leiden
De gemeenteraad van Leiden stelde op 30 juni 2005 het bestemmingsplan Binnenstad I vast, dat onder meer de herontwikkeling van de Meelfabriek en vrijstellingsbevoegdheden voor horeca en terrasboten mogelijk maakt. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurde dit plan op 14 februari 2006 goed. Verzoekers stelden beroep in tegen deze goedkeuring en vroegen om voorlopige voorzieningen.
Verzoeker sub 1 betoogde dat de vrijstellingsbevoegdheden voor horeca en het afmeren van terrasboten te ruim zijn en het woon- en leefklimaat en het beschermde stadsgezicht schaden. Tevens stelde hij dat een illegale horecaonderneming niet wordt aangepakt en dat het besluit niet tijdig ter inzage is gelegd. De Voorzitter oordeelde dat de vrijstellingsbevoegdheden binnen de wettelijke kaders blijven en dat handhaving en beleid niet in deze procedure aan de orde zijn. Het verzoek van sub 1 werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Verzoeker sub 2 richtte zich op de bestemmingen "Gemengde doeleinden 1" en "3" voor de Meelfabriek, vreest verkeers- en luchtkwaliteitsproblemen en betwistte de gehanteerde verkeersintensiteiten. De Voorzitter constateerde onduidelijkheid over de aanvaardbaarheid van de bestemming GD1 vanwege de brede functies en beperkte infrastructuur. Daarom werd het besluit geschorst voor de functies in artikel 10, eerste lid, onder a, onderdeel 1, met uitzondering van woondoeleinden, voor het plandeel GD1.
Proceskosten werden niet toegewezen aan verzoeker sub 1, maar het griffierecht van verzoeker sub 2 werd vergoed. De voorlopige voorziening heeft een tijdelijk karakter en bindt niet in de hoofdzaak.
Uitkomst: De Voorzitter schorst het besluit deels en wijst het verzoek van verzoeker sub 1 af wegens gebrek aan spoedeisend belang.