ECLI:NL:RVS:2006:AY5489
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning afvalbrengstation vanwege ontbrekende geluidvoorschriften en onvoldoende bodembescherming
Bij besluit van 27 juli 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een milieuvergunning aan de gemeente Purmerend voor het exploiteren van een afvalbrengstation en gemeentewerf. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, met name over geluidnormen en bodembescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau redelijk waren vastgesteld, conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Wel ontbrak een voorschrift dat controle op deze geluidnormen mogelijk maakt, wat volgens artikel 8.12, derde lid, Wet milieubeheer vereist is. Dit deel van het beroep werd gegrond verklaard.
Verder stelde appellant sub 2 dat de bodemverontreiniging onvoldoende werd gemonitord, omdat het voorschrift 4.4 alleen bodemonderzoek op de locatie van zoutopslag voorschreef. De Afdeling vond dat dit niet volstond gezien de verspreiding van bodembedreigende activiteiten op het terrein. Daarom werd het voorschrift 4.4 eveneens vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De overige beroepsgronden, zoals visuele hinder en handhaving, werden ongegrond verklaard. Het college werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Besluit gedeeltelijk vernietigd wegens ontbreken van controlevoorschrift geluid en onvoldoende bodembescherming; nieuw besluit binnen acht weken vereist.