ECLI:NL:RVS:2006:AY5494
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.H. Lauwaars
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Jachtfonds over tegemoetkoming wildschade aan landbouwpercelen
Appellanten hadden aanzienlijke schade geleden door kolganzen, rietganzen en knobbelzwanen aan hun landbouwpercelen. Het bestuur van het Jachtfonds kende hen een tegemoetkoming van €3206 toe. Appellanten waren van mening dat zij recht hadden op een hogere vergoeding en maakten bezwaar tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, omdat de schade te laat was gemeld en door de MKZ-crisis geen veldtaxatie mogelijk was om de schade vast te stellen. Het bestuur had daarom een regiogemiddelde gehanteerd voor de vergoeding.
De Raad van State oordeelde dat het bestuur in redelijkheid tot deze beslissing kon komen en dat de rechtbank dit terecht had bevestigd. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Jachtfonds tot tegemoetkoming van €3206 wordt bevestigd.