ECLI:NL:RVS:2006:AY5501
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- L.F. Egmond
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging vorderingsvergoeding na uitspraak Huurcommissie ondanks betwisting eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de vorderingsvergoeding voor een gevorderde woning verlaagd naar aanleiding van een uitspraak van de Huurcommissie, die de gebruiksvergoeding met ingang van 1 juli 2003 op €178,74 per maand stelde. De eigenaar, appellante, betwistte deze verlaging en stelde dat de uitspraak was gebaseerd op onjuiste gegevens in het rapport van het voorbereidend onderzoek.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college als vaste gedragslijn hanteert dat uitspraken van de Huurcommissie worden gevolgd, tenzij sprake is van een evidente misslag, wat in dit geval niet aannemelijk was gemaakt.
De Afdeling benadrukte dat appellante tijdig op de hoogte was gesteld van de gebreken, het voorbereidend onderzoek en de uitspraak, maar niet heeft gereageerd. Ook de melding van de gebreken door de echtgenote van de gebruiker gaf geen reden om van de vaste gedragslijn af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.