ECLI:NL:RVS:2006:AY5508
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling wegens onvoldoende onderbouwing kostenproject vrouwen als gids in ondernemend Europa
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleende aan appellante een subsidie voor het project 'Vrouwen als gids in ondernemend Europa' voor de periode 1997-1999. Na controle stelde de minister de subsidie lager vast en vorderde een deel terug wegens onvoldoende onderbouwing van diverse kostenposten.
Appellante betwistte dit en stelde dat het overleggen van facturen van de uitvoerder ROC Aventus voldoende was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat de subsidieontvanger een inzichtelijke en controleerbare administratie moet bijhouden, met onderbouwing van uren en tarieven, en dat alleen daadwerkelijke kosten subsidiabel zijn.
De Raad oordeelt dat het enkel overleggen van facturen onvoldoende is om de werkelijk gemaakte kosten aan te tonen. De administratie van appellante voldeed niet aan de vereisten, onder meer door het ontbreken van geparafeerde urenregistraties en onvoldoende bewijs van daadwerkelijke bestede uren. Daarom is de lagere subsidievaststelling en terugvordering terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling en terugvordering bevestigd.