ECLI:NL:RVS:2006:AY5864
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning milieubeheer voor varkenshouderij wegens onjuiste geluidsvoorschriften
Bij besluit van 26 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer een vergunning voor een fok- en vleesvarkenshouderij. Appellant maakte hiertegen beroep bij de Raad van State en stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder geluidhinder, ammoniakemissie en luchtkwaliteitsaspecten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit op onderdelen in strijd was met het algemene rechtsbeginsel vanwege verwijzingen naar niet bestaande voorschriften in de geluidsvoorschriften 3.2.3 en 3.2.4. Deze voorschriften werden vernietigd en vervangen door nieuwe, nauwkeuriger geformuleerde voorschriften die het maximale geluidniveau tijdens mestafvoer reguleren.
Verder werd geoordeeld dat de vergunningverlening in overeenstemming was met het alara-beginsel en de Wet ammoniak en veehouderij, en dat het Besluit luchtkwaliteit 2005 niet in de weg stond aan de vergunningverlening. Het beroep werd daarom voor het overige ongegrond verklaard.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de geluidsvoorschriften 3.2.3 en 3.2.4 worden vernietigd en vervangen; het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard.