ECLI:NL:RVS:2006:AY5889
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit coffeeshop Rotterdam wegens onvoldoende bewijs harddrugs
De burgemeester van Rotterdam heeft op 6 december 2004 de onmiddellijke sluiting van een coffeeshop aan een locatie in Rotterdam bevolen voor twaalf maanden wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de burgemeester een nieuw besluit moest nemen. De burgemeester stelde daarop de sluitingstermijn terug tot zes maanden, maar handhaafde het besluit verder.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat de aangetroffen pillen dezelfde zijn als die door het Nederlands Forensisch Instituut zijn onderzocht en dat daarmee onvoldoende bewijs bestaat voor de aanwezigheid van harddrugs in handelshoeveelheid. Hierdoor was het besluit tot sluiting op die grond niet gerechtvaardigd.
De Raad van State vernietigt het besluit van 6 december 2004 en het daarop volgende besluit van 2 augustus 2005, bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter voor het overige en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt de Raad de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de coffeeshop wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van handelshoeveelheid harddrugs.