ECLI:NL:RVS:2006:AY5902
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor metaalrecycling en afvaloverslag vanwege milieubezwaren
Verweerder heeft op 18 oktober 2005 een milieuvergunning verleend voor een inrichting voor metaalrecycling, metaalhandel en de op- en overslag van bouw- en sloopafval op een perceel te een plaats. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de capaciteit van het gemeentelijk riool om het afvalwater af te voeren, en dat de uitbreiding van het terrein zou leiden tot meer afvalwaterlozing.
De Raad van State overwoog dat de vergunning moest worden beoordeeld naar het recht van vóór 1 december 2005. De vergunning kan slechts worden geweigerd indien nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt door voorschriften. Verweerder had zich gebaseerd op een brief van de gemeente Haelen uit 1996 waarin de maximale lozingsdebieten waren vastgesteld, en had passende voorschriften opgenomen in de vergunning.
Uit het deskundigenbericht en de stukken bleek dat het terrein zo was aangelegd dat regenwater naar een opvangbassin stroomt, van waaruit met een pomp het water volgens een vaste regeling op het riool wordt geloosd. De Afdeling vond geen reden om aan te nemen dat deze voorschriften niet nageleefd kunnen worden. Bij hevige regenval zal het terrein onder water komen te staan, wat als buffer dient, zonder extra belasting van het riool.
Het beroep op een geautomatiseerd logboeksysteem voor het monitoren van het lozingsdebiet werd eveneens afgewezen, omdat het bestaande PLC-programma voldoende controle biedt. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.