Uitspraak
200410395/1, heeft de Afdeling ten aanzien van het buitenterrein van de onderhavige inrichting geoordeeld dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van een binnenterrein zoals bedoeld in voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit, geen sprake is, zodat het stemgeluid afkomstig van het buitenterrein niet bij de beoordeling van de door de inrichting veroorzaakte geluidhinder behoefde te worden betrokken. De Afdeling ziet, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, geen aanleiding om thans een ander standpunt in te nemen en verwijst voor de motivering van dat standpunt naar genoemde uitspraak.