ECLI:NL:RVS:2006:AY5907
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningverlening voor afvalstoffenopslag wegens ontbrekende Wvo-vergunning
Bij besluit van 4 januari 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning aan een aannemersbedrijf voor het opslaan en overslaan van afvalstoffen op meerdere locaties. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat voor de lozing van mogelijk verontreinigd regenwater en bedrijfsafvalwater op het oppervlaktewater of riool een aparte vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) vereist was.
De Raad van State oordeelde dat de activiteiten binnen de inrichting inderdaad lozingen kunnen veroorzaken die onder de Wvo vallen. Omdat geen aanvraag voor een Wvo-vergunning was ingediend, had het college de aanvraag voor de milieuvergunning buiten behandeling moeten laten. Het college had dit niet gedaan en handelde daardoor in strijd met de artikelen 8.28 en 8.30 van de Wet milieubeheer.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellanten. De overige bezwaren van appellanten werden niet meer behandeld vanwege de vernietiging van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens het ontbreken van een vereiste Wvo-vergunning.