Uitspraak
200105547/1inzake de aanvraag om een oprichtingsvergunning voor het houden van varkens op voornoemd perceel. De Afdeling heeft in deze uitspraak geoordeeld dat geen grond is voor het oordeel dat verweerder niet op goede gronden een oprichtingsvergunning heeft verleend. Hieraan lag ten grondslag de vaststelling van verweerder dat de in 1983 verleende vergunning was vervallen en daarmee samenhangend de instemming van vergunninghouder om de aanvraag om een revisievergunning op te vatten als ware het een aanvraag om een oprichtingsvergunning. De Voorzitter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen reden hier thans anders over te oordelen.