ECLI:NL:RVS:2006:AY6295
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning rivierverruimingsproject Lexkesveer
Bij besluit van 26 april 2006 zijn vergunningen verleend aan Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland voor het ontgronden van diverse percelen en voor het uitvoeren van het rivierverruimingsproject Lexkesveer, alsmede vergunningen en ontheffingen in het kader van milieuwetgeving en waterschapsregels.
Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter behandelde het verzoek op 31 juli 2006, waarbij partijen zijn gehoord.
De Voorzitter overwoog dat de vergunningen zijn voorbereid volgens de coördinatiebepalingen van de Wet milieubeheer en dat de Afdeling bevoegd is om hierover te oordelen. Verweerders stelden dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de uitvoering van het project niet voor de zomer van 2007 kan beginnen en verzoekers voldoende bescherming genieten via hun eigendomsrechten.
De Voorzitter stelde vast dat de percelen eigendom zijn van verzoekers en dat uitvoering zonder hun toestemming niet mogelijk is. Ook is het project niet eerder dan zomer 2007 te starten. Gezien deze omstandigheden ontbreekt de vereiste onverwijlde spoed voor een voorlopige voorziening, zodat het verzoek is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.