Uitspraak
200305506/1heeft overwogen. Voor de boomgaard gelden de bij of krachtens de Wet milieubeheer voor inrichtingen gestelde regels dan ook niet.
Raad van State
Bij besluit van 15 februari 2005 wees het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem een verzoek af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen op een fruitteeltbedrijf. Het verzoek betrof zowel het bedrijfsterrein als de boomgaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat alleen het bedrijfsterrein als inrichting onder de Wet milieubeheer valt, niet de boomgaard.
Appellante richtte haar beroep uitsluitend tegen het deel van het besluit dat betrekking had op de boomgaard. De Raad van State stelde vast dat zij op grond van artikel 20.1 van de Wet milieubeheer slechts bevoegd is in eerste aanleg kennis te nemen van beroepen die betrekking hebben op handhaving van milieuregels voor inrichtingen. Omdat de boomgaard geen inrichting is, is de Afdeling niet bevoegd.
Het beroep werd daarom doorgezonden naar de rechtbank Maastricht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan op 16 augustus 2006 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en zendt het door naar de rechtbank Maastricht.