ECLI:NL:RVS:2006:AY6329
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- F.G. van Dam
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom en bestuursdwang wegens overtreding Wet milieubeheer
Verweerder legde appellant een last onder dwangsom op en besloot bestuursdwang toe te passen vanwege overtredingen van artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Dit betrof het zonder vergunning opslaan van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval en het in werking hebben van een puinbreker op het terrein van appellant.
Appellant stelde onder meer dat de vooraankondiging onvoldoende informatie bevatte en dat de last te onbepaald was, maar deze gronden werden ingetrokken of verworpen. Ook voerde appellant aan dat verweerder niet bevoegd was tot handhaving en dat er uitzicht was op legalisatie, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan in beginsel bevoegd is tot handhaving bij overtreding van wettelijke voorschriften, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Omdat de vergunningaanvraag onvoldoende gegevens bevatte en legalisatie niet op korte termijn te verwachten was, was handhaving gerechtvaardigd.
De hoogte van de dwangsom werd eveneens als redelijk beoordeeld, gezien de ernst van de overtreding, de kosten van beëindiging en het mogelijke geldelijk gewin. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de last onder dwangsom en bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.