ECLI:NL:RVS:2006:AY6333
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving vlaggenmast zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bleiswijk weigerde handhavend op te treden tegen een vlaggenmast van 6,50 meter hoog, opgericht zonder bouwvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vlaggenmast gezien de aanzienlijke hoogte en ruimtelijke uitstraling niet kan worden beschouwd als een overtreding van zeer geringe aard en ernst. Er was bovendien geen concreet uitzicht op legalisatie. Het college was daarom verplicht handhavend op te treden, mede vanwege het algemeen belang dat met handhaving is gediend.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep van appellant alsnog gegrond en beval het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt verplicht handhavend op te treden.