Uitspraak
200409681/1, volgt dat voor de beantwoording van de voornoemde vraag dient te worden uitgegaan van de verandering ten opzichte van de onderliggende voor de inrichting geldende vergunning(en).
Raad van State
Verweerder heeft op 20 december 2005 een milieuvergunning verleend aan vergunninghoudster voor een nertsenfokkerij en -pelzerij aan een locatie te plaats. Appellante, Vereniging Milieu-Offensief, stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak moest allereerst beoordelen welk recht van toepassing was op de aanvraag, waarbij werd vastgesteld dat het vóór 1 juli 2005 geldende recht van toepassing is omdat de aanvraag oorspronkelijk op 14 maart 2005 was ingediend en latere aanvullingen niet als nieuwe aanvragen werden beschouwd.
Appellante had haar bedenkingen tegen het ontwerpbesluit niet tijdig ingebracht binnen de daarvoor geldende termijn, waardoor het beroep voor die gronden niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor het overige betoogde appellante dat de vergunning in strijd was met de Habitatrichtlijn vanwege ammoniakdepositie op het nabijgelegen natuurgebied Mariapeel.
De Afdeling oordeelde dat de ammoniakemissie en depositie ten opzichte van de vorige vergunning waren afgenomen en dat er geen significante negatieve gevolgen voor het natuurgebied te verwachten waren. Ook andere mogelijke effecten, zoals de toename van drinkwatergebruik, waren niet aannemelijk gemaakt als schadelijk voor het natuurgebied. Daarom stond de Habitatrichtlijn de vergunningverlening niet in de weg.
Het beroep werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.