ECLI:NL:RVS:2006:AY6738

Raad van State

Datum uitspraak
17 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200605413/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.M.A. Claessens
  • J. Willems
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 40 Wet op de Raad van StateArt. 41 Wet op de Raad van State
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht

Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 12 oktober 2004 een vrijstelling en aanlegvergunning voor het aanleggen van een wandelpad van de Nachtegaallaan te Leiden naar landgoed Endegeest te Oegstgeest. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door het college op 2 augustus 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep tegen dit besluit op 6 juli 2006 gegrond en vernietigde de bestreden beslissing op bezwaar.

Verzoekers stelden vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in en vroegen tevens om het treffen van een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 10 augustus 2006, waarbij het college vertegenwoordigd was, maar verzoekers niet verschenen.

De Voorzitter constateerde dat verzoekers niet binnen de gestelde termijn het griffierecht van €211,00 hadden voldaan, ondanks dat zij hierover op 26 juli 2006 per aangetekende brief waren geïnformeerd. Gezien het ontbreken van omstandigheden die het verzuim rechtvaardigen, verklaarde de Voorzitter het verzoek niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

200605413/2.
Datum uitspraak: 17 augustus 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], allen te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/6855 van de rechtbank
's-Gravenhage van 6 juli 2006 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiden.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 12 oktober 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) aan de gemeente Leiden vrijstelling en aanlegvergunning verleend voor het aanleggen van een wandelpad van de Nachtegaallaan te Leiden naar landgoed Endegeest te Oegstgeest.
Bij besluit van 2 augustus 2005 heeft het college het tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 juli 2006, verzonden op 7 juli 2006, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 24 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 25 juli 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 augustus 2006, waar het college, vertegenwoordigd door mr. K. van Driel, A.B.F. Nijssen en N.A. van Beest, ambtenaren van de gemeente, is verschenen. Verzoekers zijn niet ter zitting verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Verzoekers zijn voor het door hen ingediende verzoek € 211,00 aan griffierecht verschuldigd. Een verzoek wordt ingevolge artikel 41, tweede lid, juncto artikel 40, vierde lid, van de Wet op de Raad van State niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen twee weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een verzoekschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2.    Verzoekers zijn bij aangetekende brief van 26 juli 2006 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. Daarbij is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen twee weken na de dag van verzending van de brief op de rekening van de Raad van State dient te zijn bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State dient te zijn betaald. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, er rekening mee moet worden gehouden dat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State betaald. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekers in verzuim zijn geweest.
2.3.    Het verzoek is niet-ontvankelijk.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
w.g. Claessens    w.g. Willems
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2006
412.