ECLI:NL:RVS:2006:AY6751
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor verwerking gebruikte voertuigbanden
Bij besluit van 18 maart 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan appellante, een besloten vennootschap, een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het inzamelen en verwerken van gebruikte voertuigbanden op een perceel in Rotterdam. Dit besluit werd op 25 maart 2005 ter inzage gelegd.
Appellante stelde beroep in bij de Raad van State op 23 februari 2006, ruim na de zeswekentermijn die liep tot 7 mei 2005. Verweerder stelde dat het beroep te laat was ingediend, maar appellante voerde aan dat misleidende informatie van verweerder de oorzaak was van de termijnoverschrijding.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de beroepstermijn zes weken bedraagt en begint te lopen vanaf de dag na terinzagelegging. Verweerder had appellante onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting gegeven door niet te melden dat beroep mogelijk was ondanks het niet indienen van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit, mits dit niet aan appellante kon worden verweten. Hierdoor werd de termijnoverschrijding als verschoonbaar aangemerkt.
Voor zover het beroep betrekking had op andere onderdelen dan vergunningvoorschrift 10.14, was appellante niet ontvankelijk omdat zij geen bedenkingen had ingebracht en geen omstandigheden had aangevoerd die dit redelijkerwijs onverklaarbaar maakten. De Afdeling wees het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding, die wel verschoonbaar werd geacht.