ECLI:NL:RVS:2006:AY6772
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor afvalstoffeninrichting op milieubescherming beoordeeld
Bij besluit van 11 oktober 2005 verleende de provincie Limburg een vergunning aan een vergunninghoudster voor het op- en overslaan en bewerken van afvalstoffen op een locatie in Limburg. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de milieubescherming onvoldoende was gewaarborgd, onder meer vanwege het ontbreken van bodemonderzoek, stofhinder, geluidsoverlast, trillinghinder, geurhinder, ongedierte en lichthinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit beoordeeld moest worden aan de hand van het recht zoals dat gold vóór 1 december 2005. Het beroep was ontvankelijk, maar appellanten trokken een deel van hun beroep in. De Afdeling overwoog dat de provincie bij de vergunningverlening een zekere beoordelingsvrijheid toekomt, mits deze wordt begrensd door algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten.
De Afdeling vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen. De voorgeschreven maatregelen, waaronder bodemonderzoek, stofbeperkende maatregelen conform de Nederlandse Emissierichtlijnen Lucht, geluidgrenswaarden, en maatregelen tegen geur- en ongediertehinder, werden als toereikend beoordeeld. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een geurnorm en trillingonderzoek niet tot vernietiging leidt. De bezwaren omtrent het bestemmingsplan en vermeende strijd met de vergunning konden niet slagen. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de afvalstoffeninrichting wordt ongegrond verklaard.