ECLI:NL:RVS:2006:AY6816
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bouwvergunning en bezwaarprocedure gemeente Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen heeft op 18 april 2005 een bouwvergunning verleend aan verzoeker sub 1 voor het verbouwen van een woning op een perceel te Vlissingen. Verzoekers sub 2 en sub 4 maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 13 oktober 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde bij uitspraak van 21 maart 2006 het beroep van verzoekers sub 2 en sub 4 gegrond, vernietigde het besluit en schorste de bouwvergunning.
Het college en verzoeker sub 1 verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen zodat het college niet reeds gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. Verzoekers sub 2 en sub 4 verzochten tevens om schorsing van een nieuw besluit van 29 mei 2006, waarbij opnieuw een bouwvergunning werd verleend.
De Voorzitter oordeelde dat het college geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tegelijkertijd verklaarde de Voorzitter zich onbevoegd om kennis te nemen van de schorsingsverzoeken van verzoekers sub 2 en sub 4 ten aanzien van het nieuwe besluit van 29 mei 2006, omdat dit besluit als een nieuw primair besluit moet worden beschouwd en niet in de lopende procedure kan worden betrokken. De verzoeken werden terugverwezen naar de rechtbank.
Uitkomst: De Voorzitter treft voorlopige voorziening waardoor het college geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen totdat hoger beroep is beslist en verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van schorsingsverzoeken.