ECLI:NL:RVS:2006:AY7132

Raad van State

Datum uitspraak
23 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200605202/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
  • J. Willems
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing dwangsombesluit gebruik kassen als caravanstalling

Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Zevenhuizen-Moerkapelle, had een dwangsom opgelegd aan wederpartij om het gebruik van kassen als caravanstalling te beëindigen. Na bezwaar verklaarde verzoeker dit besluit ongegrond, maar de voorzieningenrechter schortte de looptijd van het besluit op tot zes weken na een nieuwe beslissing op bezwaar.

Verzoeker vroeg vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om deze schorsing op te heffen. Tijdens de zitting bleek dat het verzoek alleen gericht was op het beëindigen van de schorsing. De Raad oordeelde dat verzoeker door het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar zelf de schorsing kan laten eindigen, waardoor geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening bestaat.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak wees het verzoek daarom af. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 augustus 2006.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opheffing van de schorsing van het dwangsombesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200605202/2.
Datum uitspraak: 23 augustus 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Zevenhuizen-Moerkapelle,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/4519 en 06/4516 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 juni 2006 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats]
en
verzoeker.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2005 heeft verzoeker [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast vóór 1 augustus 2005 het gebruik van de kassen op het perceel [locatie] te [plaats] als caravanstalling te beëindigen en beëindigd te houden.
Bij besluit van 11 april 2006 heeft verzoeker het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 juni 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en de looptijd van het primaire besluit van 25 juli 2005 geschorst tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 13 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 13 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 augustus 2006, waar verzoeker, vertegenwoordigd door A.J. la Soe, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.
Voorts is als partij gehoord [wederpartij] in persoon, bijgestaan door mr. Th.A.G. Vermeulen, advocaat te 's-Hertogenbosch.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Ter zitting is gebleken dat met het verzoek slechts is beoogd te bereiken dat de schorsing van de looptijd van het besluit van 25 juli 2005 wordt opgeheven. De voorzieningenrechter heeft de looptijd van dit besluit geschorst tot zes weken nadat opnieuw is beslist op het bezwaar van [wederpartij]. Derhalve kan het college door het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar zelfstandig bewerkstelligen dat de schorsing van de looptijd van het besluit van 25 juli 2005 eindigt. Onder die omstandigheid bestaat geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk    w.g. Willems
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2006
412.