ECLI:NL:RVS:2006:AY7140
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ambtshalve wijziging vergunning lozing bedrijfsafval oppervlaktewater
Appellante, een tuinbouwbedrijf gespecialiseerd in de teelt van bomen en sierheesters, kreeg op 4 augustus 2003 een vergunning voor het lozen van bedrijfsafval op oppervlaktewater. Verweerder, het Hoogheemraadschap van Rijnland, wijzigde deze vergunning ambtshalve op 15 augustus 2005, waarbij strengere eisen werden gesteld aan de opvang en lozing van giet- en drainagewater van containervelden met gesloten en doorlatende ondergrond.
Appellante stelde dat de wijzigingen niet voldoende waren gemotiveerd en dat er geen causaal verband was aangetoond tussen de emissies van fosfaat en stikstof en de ondergrond. De Raad van State oordeelde dat het deskundigenbericht wel degelijk een significante bijdrage van pot- en containerteelt aan emissies op het oppervlaktewater aantoonde, en dat appellante onvoldoende had aangetoond dat dit onjuist was.
Verder concludeerde de Raad dat het standpunt van verweerder dat een recirculatiesysteem de best uitvoerbare techniek is, onvoldoende was gemotiveerd. Verweerder had niet adequaat onderzocht of een bemestingsplan in combinatie met langzaamwerkende meststoffen een gelijkwaardig of beter resultaat kon opleveren. Dit leidde tot de conclusie dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het beperkingen en voorschriften bevatte met betrekking tot de lozing van drainagewater van containervelden met gesloten en doorlatende ondergrond. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ambtshalve wijziging van de vergunning wordt deels vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.