ECLI:NL:RVS:2006:AY7143
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanlegvergunning en handhaving verharding op perceel met natuurbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar legde appellant een dwangsom op om verharding met funderingslagen te verwijderen en het perceel in oorspronkelijke staat terug te brengen. Tevens werd een aanvraag voor aanlegvergunning voor verharding op een deel van het perceel geweigerd vanwege de bestemming 'Bosgebied N(b)'. Appellant stelde dat op een naburig perceel met een hogere beschermingswaarde wel een aanlegvergunning was verleend of dat daar een gedoogde strijdigheid met het bestemmingsplan bestond, en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de besluiten ongegrond, en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden omdat appellant dit verweer pas in hoger beroep aanvoerde en de rechtbank zich daar niet over kon uitlaten. Bovendien ontbrak feitelijke grondslag voor het betoog, aangezien geen aanlegvergunning was verleend voor het naburige perceel en handhaving tegen strijdige bouwwerken aldaar succesvol was.
De Raad van State concludeerde dat de besluiten terecht in stand konden blijven en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waardoor de besluiten van het college ongewijzigd blijven.