ECLI:NL:RVS:2006:AY7155
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering vrijstelling bedrijf aan huis in Purmerend
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend weigerde op 10 december 2004 vrijstelling te verlenen voor een bedrijf aan huis op een perceel met de bestemming eengezinshuizen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de door het college gehanteerde berekeningswijze van het elektromotorisch vermogen van de bewegingsbanken had gevolgd, terwijl ook een andere berekeningswijze mogelijk was die zou leiden tot een vermogen onder de meldingsplichtgrens van 1,5 kW. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had aangetoond dat haar keuze voor de berekeningswijze bepalend was in het milieurecht en dat de rechtbank dit niet had onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling. Tevens stelde zij de proceskosten in hoger beroep vast en gelastte vergoeding van het griffierecht door de gemeente Purmerend.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.