Uitspraak
200604167/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:
200604167/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 11 mei 2006 geschorst. De uitspraak is aangehecht.
Raad van State
Bij uitspraak van 24 juli 2006 werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harlingen van 11 mei 2006 werd geschorst. Verzoekster, Ecopark Harlingen Holding B.V., verzocht vervolgens om opheffing of wijziging van deze voorziening. Tijdens de zitting op 22 augustus 2006 werden de partijen gehoord, waaronder verzoekster en het college van burgemeester en wethouders.
De Voorzitter overwoog dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat rekening is gehouden met de wijzigingen in de Wet milieubeheer en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit per 1 december 2005. Verzoekster stelde dat de juiste toetsing wel had plaatsgevonden en dat er een zwaarwegend belang bestond bij opheffing vanwege stilstand van bouwwerkzaamheden en uitstel van bestellingen.
Desondanks oordeelde de Voorzitter dat het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die het opheffen of wijzigen van de voorlopige voorziening rechtvaardigen. De behandeling van de bodemprocedure werd vastgesteld op 3 oktober 2006. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.