ECLI:NL:RVS:2006:AY7168
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen herroeping bouwvergunning Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 20 mei 2003 een bouwvergunning aan Percon Ingenieursbureau B.V. voor het bouwen van een eengezinswoning aan de Scheveningseweg 110 te Den Haag. Na bezwaar werd deze vergunning bij besluit van 6 juli 2004 herroepen en alsnog geweigerd. Appellanten stelden beroep in tegen dit herroepingsbesluit, maar deden dit te laat volgens de rechtbank.
Appellanten voerden aan dat de termijn onduidelijk was en dat zij eerst duidelijkheid moesten krijgen over het besluit voordat zij beroep konden instellen. Ook betoogden zij dat de termijn zes weken bedroeg in plaats van twee weken. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke termijn van twee weken geldt vanaf het moment dat appellanten op de hoogte waren van het besluit van 6 juli 2004, en dat het beroep van 26 januari 2005 te laat was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de termijn niet opnieuw gaat lopen door de vermelding van zes weken in het besluit. De verwarring over mededelingen van gemeenteambtenaren en de overschrijving van de bouwvergunning op naam van appellant A leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herroeping van de bouwvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.