ECLI:NL:RVS:2006:AY7170
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning tijdelijke grondwateronttrekking voor aanleg gasleiding
Bij besluit van 26 januari 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Essent Energie Productie B.V. een vergunning voor de tijdelijke onttrekking van maximaal 270 m³ grondwater per uur voor de aanleg van een gastransportleiding van circa 22,6 kilometer.
De appellanten, twee landbouworganisaties, stelden dat de werkzaamheden nadelige effecten op de ondergrond en landbouw zouden hebben, dat er onvoldoende overleg was geweest en dat de onttrekking niet in de minst bezwarende winterperiode zou plaatsvinden. Tevens voerden zij aan dat de pijpleiding commerciële belangen diende en geen strategisch netwerk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bezwaren niet direct betrekking hadden op de grondwateronttrekking en dat de vergunning onder passende voorschriften was verleend. Het geotechnisch rapport en de monitoringmaatregelen boden voldoende waarborgen tegen schade. Ook verwees de Afdeling naar de schadevergoedingsregeling in de Grondwaterwet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor tijdelijke grondwateronttrekking is ongegrond verklaard.