ECLI:NL:RVS:2006:AY7508
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen lid enkelvoudige kamer Raad van State
Tijdens de openbare zitting van 24 augustus 2006 verzocht verzoekster, BM Vastgoed B.V., om wraking van mr. J.R. Schaafsma, lid van de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die belast was met de behandeling van haar zaken tegen het college van gedeputeerde staten van Overijssel.
Verzoekster stelde dat de staatsraad door zijn vraagstelling tijdens de zitting een essentieel element uit haar beroepschriften had genegeerd en daardoor de schijn van vooringenomenheid had gewekt. Tevens stelde zij dat zij niet in de gelegenheid was gesteld dit element zelf toe te lichten, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid in het geding zou zijn.
De staatsraad lichtte toe dat partijen vooraf hadden ingestemd met een zittingsverloop waarbij eerst vragen werden gesteld, daarna pleidooien werden gehouden en vervolgens een tweede termijn werd geboden. Verzoekster had tijdens het onderzoek de mogelijkheid gehad haar standpunten toe te lichten, maar verzocht om wraking voordat zij dat kon doen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het wrakingsverzoek feitelijk gericht was tegen de procesgang en niet op gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid. Er was geen sprake van een gesloten onderzoek ten tijde van het wrakingsverzoek en de staatsraad had partijen voldoende gelegenheid gegeven hun pleidooien te houden. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen het lid van de enkelvoudige kamer werd afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.