ECLI:NL:RVS:2006:AY7550
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.M.A. Claessens
- I.A. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning tenaamstelling voertuigbedrijf wegens niet-ondertekende machtigingsformulieren
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) heeft bij besluit van 27 februari 2006 de bevoegdheid tot tenaamstelling van het voertuigbedrijf van appellante voor zes weken ingetrokken wegens het afhandelen van tenaamstellingen zonder dat de bijbehorende machtigingsformulieren waren ondertekend. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de RDW bevoegd was tot het opleggen van deze sanctie op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad. Het beleid van de RDW, neergelegd in een toezichtbeleidsbrief van 15 november 2005, is niet onredelijk en rechtvaardigt een tijdelijke intrekking van zes weken na een eerdere waarschuwing voor soortgelijke overtredingen.
De Raad van State wijst het beroep van appellante af en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning van appellante voor tenaamstelling voor zes weken wegens het niet ondertekend zijn van machtigingsformulieren.