ECLI:NL:RVS:2006:AY8073
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- S.T. Heijstek-van Leussen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit acceptatie melding verandering composteringsinrichting wegens strijd met Wet milieubeheer
Verweerder heeft op 26 oktober 2004 een melding geaccepteerd voor een verandering van een composteringsinrichting van Groenrecycling Combinatie B.V. in Voorschoten. Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten, stelde dat de melding ten onrechte was geaccepteerd omdat de verandering leidde tot toename van stankoverlast en dat een vergunningwijziging vereist was. Verweerder stelde dat de wijziging geen nadelige milieugevolgen had en dat discontinue beluchting zelfs gunstiger was voor de geurbelasting.
De Raad van State overwoog dat de melding beoordeeld moest worden op het recht dat gold vóór 1 december 2005. Uit de vergunning uit 2002 bleek dat de compostering moest plaatsvinden volgens methode D met geforceerde beluchting. De melding betrof een afwijking naar discontinue beluchting, wat de vergunde situatie wijzigde en daarmee ook de toegestane geurbelasting. Omdat de vergunning geen geurnormen bevatte, was de vergunde situatie bepalend voor de geurbelasting. De Raad concludeerde dat een melding niet volstond en dat een vergunningwijziging vereist was om de milieuhygiënische aanvaardbaarheid te toetsen.
Daarom werd het besluit tot acceptatie van de melding vernietigd wegens strijd met artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer. De overige beroepsgronden werden niet behandeld. De provincie Zuid-Holland werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot acceptatie van de melding is vernietigd omdat een vergunningwijziging vereist is voor de verandering van de composteringsinrichting.