ECLI:NL:RVS:2006:AY8094
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.E.M. Polak
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhaving bestemmingsplan Westerspoor Zuid
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde appellant een dwangsom op om de bedrijfsvoering aan de locatie in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan Westerspoor Zuid. Na diverse besluiten, bezwaren en beroepen bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak, bleef het bestemmingsplan gehandhaafd.
Appellant verzocht bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om de bedrijfsvoering voort te zetten ondanks het bestemmingsplan. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het perceel reeds geruime tijd in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt en dat een procedure voor legalisatie nog niet is opgestart.
De belangen van appellant bij voortzetting van de bedrijfsvoering zijn ondergeschikt aan de belangen van andere partijen en het handhaven van het bestemmingsplan. Daarom wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak is gedaan op 7 september 2006 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij ook een ambtenaar van Staat aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de bedrijfsvoering in strijd met het bestemmingsplan mag niet worden voortgezet.