ECLI:NL:RVS:2006:AY8105
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- J.J.C. Voorhoeve
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift ontgronding wegens onjuiste beplantingstermijn
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 23 augustus 2005 waarbij het college van gedeputeerde staten van Groningen een vergunning verleende aan Zandzuigbedrijf Beetse B.V. voor zandwinning op een nieuwe locatie nabij de bestaande zandafgraving in de gemeente Vlagtwedde.
Appellant sub 1 stelde dat hij schade zou ondervinden van de ontgrondingswerkzaamheden en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen als campinghouder. Appellanten sub 2 maakten bezwaar tegen het tijdstip van aanbrengen van de beplanting, de schaderegeling en het ontbreken van geluidsnormen in de vergunning.
De Raad oordeelde dat de bezwaren van appellant sub 1 ongegrond waren omdat geen aanwijzingen voor schade bestonden en dat de belangenafweging rechtmatig was. De bezwaren van appellanten sub 2 over de schaderegeling en geluidsnormen faalden omdat de wettelijke regelingen en milieuvergunning dit dekken. Wel stelde de Raad vast dat het voorschrift 9 over beplanting niet in overeenstemming was met de bijbehorende tekeningen en dat beplanting vóór aanvang van de werkzaamheden moet worden aangebracht.
De Raad vernietigde daarom het voorschrift en wijzigde dit zodanig dat beplanting voor aanvang van de werkzaamheden moet plaatsvinden. Tevens werd het beroep van appellant sub 1 ongegrond verklaard en werd appellanten sub 2 het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het voorschrift over beplanting in de ontgrondingsvergunning wordt vernietigd en gewijzigd zodat beplanting vóór aanvang van de werkzaamheden moet worden aangebracht.