ECLI:NL:RVS:2006:AY8106
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.K.W. Bartel
- H.E. Troost
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij geschil over ligging beschermd natuurmonument
Appellanten waren in geschil met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de ligging van een keet binnen het beschermd natuurmonument 'Gorzen tussen Oostersche laagjes en Haringvlietbrug'. Verweerder had appellanten gelast de keet te verwijderen wegens overtreding van artikel 12 van Pro de Natuurbeschermingswet, onder oplegging van een dwangsom.
Na bezwaar en beroep stelde de Raad van State vast dat de keet inmiddels buiten het beschermd natuurmonument staat en dat appellanten voornemens zijn deze ook in de toekomst buiten het gebied te plaatsen. Verweerder had geen dwangsommen ingevorderd en kon dit ook niet meer vanwege verjaring. Hierdoor ontbrak bij appellanten het vereiste procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
De Raad van State verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 13 september 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.