ECLI:NL:RVS:2006:AY8898
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek schadevergoeding planschade gemeente Heerde
Appellanten verzochten de gemeenteraad van Heerde om schadevergoeding wegens planschade op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De raad wees dit verzoek op 3 juli 2000 af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep in eerste instantie ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit oordeel en gaf de raad opdracht een nieuw besluit te nemen. Na een nieuw besluit en daaropvolgend beroep verklaarde de rechtbank het beroep opnieuw ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het door hen overgelegde taxatierapport onvoldoende werd gewaardeerd en dat de rechtbank had moeten toestaan dat de taxateur het rapport aanvulde of een onafhankelijke deskundige benoemde. De Afdeling oordeelde dat het taxatierapport geen deugdelijke vergelijking van planologische regimes bevatte en dat het SAOZ-advies niet onjuist of onvolledig was. De rechtbank had daarom terecht geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 september 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.